Woordenschat #2: iconoclast, dendrochronoloog, balsturig...Taal is een wonderlijk ding. Hoewel we allemaal wel over een degelijke woordenschat beschikken, komen er toch soms woorden voorbij waarvan je denkt “werkelijk geen idee”, toch? Ik licht in dit blog weer vijf woorden uit die wat mij betreft wel wat nadere uitleg mogen hebben. Weet jij bijvoorbeeld wat iconoclast betekent? 

1. iconoclast

beeldenstormer, iemand die taboes doorbreekt | uitspraak: ie-ko-no-klast

Een iconoclast is in de letterlijke, historische zin een ‘beeldenstormer’: iemand die probeerde te bewerkstelligen dat beelden van heiligen (en andere religieuze objecten) uit de kerken zouden verdwijnen. De Beeldenstorm van 1566 is in de Lage Landen het bekendst. In figuurlijke zin is een iconoclast iemand die taboes doorbreekt, iemand die vaststaande ideeën, principes en dergelijke onderuit probeert te halen. Iconoclast komt via het Laatlatijnse iconoclastes van het (middeleeuws) Griekse eikonoklastès, dat gebaseerd is op eikoon ‘beeld’ en klaoo ‘breken’.(Bron: Onze Taal)

2. dendrochronoloog

iemand die onderzoek doet op het gebied van ouderdomsbepaling aan de hand van eigenschappen van bomen
| uitspraak: den-dro-chro-no-loog

Een dendrochronoloog is iemand die zich bezighoudt met dendrochronologie(ook wel jaarringenonderzoek genoemd). Dat is een vorm van onderzoek waarbij jaarringen oftewel groeiringen in bomen of hout worden bestudeerd om de ouderdom te bepalen of om meer te weten te komen over de geschiedenis van de boom of het hout in kwestie. Het woorddeel dendro- komt van het Oudgriekse woord voor ‘boom’: dendron. Dit woord is ook in rododendron te herkennen; de naam van deze sierstruik betekent letterlijk ‘roosboom’ (rhodon is Grieks voor ‘roos’). In het deel -chronoloog/-chronologie zitten ook twee Griekse elementen: het woord chronos ‘tijd’ en het achtervoegsel -logia ‘studie, onderzoek, wetenschap’. Het losse woord chronologie betekent van oorsprong ‘tijdrekenkunde’, en meer in het bijzonder ‘opeenvolging (van gebeurtenissen) in de tijd’. (Bron: Onze Taal)

3. balsturig

koppig, niet bereid te luisteren | uitspraak: bal-stuu-ruhg

Balsturig combineert het werkwoord sturen met het verouderde woord(deel) bal- in de betekenis ‘slecht’; balsturig is dus letterlijk ‘moeilijk te (be)sturen’ en figuurlijk ‘koppig, onhandelbaar’ (en vroeger ook ‘grillig’). Andere woorden met hetzelfde bal- zijn baldadig en balorig. Baldadig is van oorsprong ‘slechte daden verrichtend’, en nu vooral ‘uitgelaten, overmoedig, vernielzuchtig’. Balorig (oorspronkelijk balhorig) is ‘slecht horend, slecht luisterend’, oftewel ‘dwars, onwillig, ontevreden’. (Bron: Onze Taal)

4. patios

dialect, plattelandstaal, volkstaal | uitspraak: pa-twa

Patois is van oorsprong een Frans woord voor dialecten van het platteland, de taal van kleine groepen dorpsbewoners onderling. Het is een geringschattende benaming die vooral door niet-dialectsprekers wordt gebruikt, net als bijvoorbeeld koeterwaals. Een afgeleide betekenis is ‘jargon, onbegrijpelijk taaltje’. Beide betekenissen zijn ook in het Nederlands terechtgekomen.
Het woord patois houdt naar alle waarschijnlijkheid verband met patte, het Franse woord voor ‘poot’, dat – net als poot in het Nederlands – zowel op dierlijke als (in informele taal) op menselijke ledematen kan slaan. Patois zou dan verklaard kunnen worden als ‘het maken van (lompe, minder beschaafde) gebaren’ en daardoor ook ‘plat, volks taalgebruik’. (Bron: Onze Taal)

5. jota

(kleine) letter; geen jota: helemaal niets | uitspraak: jo-ta

Jota is in het Nederlands vooral bekend uit de uitdrukking ‘er geen tittel of jota van snappen/begrijpen’, die meestal wordt ingekort tot ‘er geen jota van snappen/begrijpen’, voor ‘er helemaal niets van begrijpen’.
De uitdrukking heeft een bijbelse oorsprong. In het bijbelboek Matteüs zegt Jezus, in zijn beroemde Bergrede: “Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.” De jota is hier niet in eerste instantie de Griekse letter i, maar de Aramese of Hebreeuwse letter jod, waar de Griekse jota mee verwant is. Het is de kleinste letter in het alfabet. Maar de tittel is zo mogelijk nog kleiner: dat is een puntje of ander tekentje dat een accent of uitspraak aangeeft. Er wordt in de bijbeltekst dus bedoeld dat er helemaal niets zal veranderen aan de goddelijke wet totdat alles wat erin staat voltooid is. (Bron: Onze Taal)

En, kende jij alle vijf de ‘moeilijke woorden’ weer net als de vorige keer? Zo ja: bravo! Zo nee, dan ben je nu vijf woorden rijker in je woordenschat. 

Categorieën: Taal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *